Egbert van den Belt

De filmmakers van theaterschip "Drost van Salland" hebben in 2012, samen met tientallen figuranten uit Hasselt en omgeving een filmpje gemaakt over de geruchtmakende gebeurtenis op 29 september 1916 in en om cafe "Gloerich" in Hasselt.

In het filmpje wordt gesuggereerd dat een echtelijke twist de aanleiding was voor de moord, terwijl het ging om een conflict tussen schipper en knecht.

Dit neemt niet weg dat het een mooi filmpje is rondom deze gebeurtenis, die nu ruim 100 jaar later nog steeds herinneringen oproept over dit opmerkelijke voorval in het anders zo rustige stadje Hasselt, mooi gelegen aan het Zwarte water.

De moord op schipper Egbert van den Belt

Een dramatisch voorval in de voormiddag van 29 september 1916 bracht de anders zo rustige hanzestad Hasselt in Overijssel in rep en roer, en bleef daarna nog lang het gesprek van de dag. Het speelde zich af in cafe Gloerich bij het tramstation.
Egbert van den Belt, eigenaar van een 670 tons Rijnaak met de naam "Muelheim a.d Rurh." met als standplaats Kampen had een knecht aan boord, Johannes van den Heuvel, een beetje labiele jongen, 20 jaar oud en geboren in Delft. Egbert van den Belt kon het niet altijd goed vinden met Johannes, ze hadden vaak ruzie en soms dreigde hij zelfs met een pistool. Op een dag was van den Belt het zat en ontsloeg Johannes, die naar eigen zeggen nog 28 gulden van schipper van den Belt tegoed had.

De confrontatie.

Op vrijdagmiddag 29 September had Egbert van den Belt, zijn schip afgemeerd in het Zwartewater bij Hasselt, om daar aan het einde van de week in Bier en Koffiehuis Gloerich aan de smalle Veersteeg een borrel te drinken. In het cafe zaten naast een sleepbootagent en een andere schipper ook de door Egbert van den Belt ontslagen Johannes van den Heuvel. Om kwart voor twee stond Johannes van den Heuvel plotseling op, haalde een pistool uit zijn zak en riep, dit is de laatste borrel die je drink schipper.Bij deze woorden legde hij aan en schoot Egbert van den Belt in zijn achterhoofd. De schipper viel onmiddelijk dood neer. Niet veel later richtte Johannes van den Heuvel de loop van het pistool op zijn linker slaap en haalde de trekker over. De ijlings ontboden dokter Van der Hoven kon van beide personen slechts de dood constateren. De twee lijken werden door omstanders voorlopig naar de stal van cafe Gloerich gebracht.

Nog meer leed

Na het voorval dromden voor het Gemeentehuis de mensen samen. De 61-jarige veldwachter Remmelt van den Berg die het pistool in beslag genomen had, stond in het middelpunt van de belangstelling en er werd door het grote aantal toegestroomde toeschouwers gevraagd naar de mogelijkheid of het wapen nog geladen was of niet. De veldwachter, die van het laatste overtuigd was, wilde dit de omstanders tonen, doch toen knalde er plotseling een schot. Verschrikt sprak de veldwachter tegen zijn 61-jarige plaatsgenoot Roelof Hoogenkamp de historische woorden: “Schiet ik oe?”. Deze antwoordde: “Ja!”, zeeg ineen en heeft daarna geen levensteken meer gegeven, nauwelijks een kwartier nadat hij zelf behulpzaam was geweest bij het wegdragen van de lijken van de beide schippers. Het lijk van Hoogenkamp, die deze dag voor de gemeente aan het turfdragen was geweest, werd eerst het gemeentehuis binnengedragen en later op last van justitie naar Zwolle overgebracht. De lijken van de twee schippers werden later naar het dodenhuisje op de algemene begraafplaats vervoerd. Algemeen had men hier te doen met de families van de slachtoffers,doch ook met de alom gerespecteerde veldwachter van den Berg, die aan het gebeurde geen schuld had, maar hoogstens onvoorzichtigheid als gevolg van onbekendheid met het wapen kon worden verweten. De veldwachter Van den Berg had in café Gloerich het pistool in beslag genomen en het magazijn verwijderd. Door zijn onbekendheid met dit type wapen moet hij over het hoofd hebben gezien dat er zich nog een patroon in de kamer bevond, omdat het wapen kort daarvoor was gebruikt. Toen het (derde) schot geheel onverwacht afging, raakte de veldwachter geheel overstuur. Een arts verklaarde later dat het goed voor zijn zenuwen zou zijn wanneer hij een paar weken uit Hasselt zou gaan.

Hij heeft zelf zijn ontslag aangeboden, eervol maar gedwongen. Hij was bijna 29 jaar veldwachter te Hasselt: van 18-01-1888 tot 30-10-1916. Zijn tractement bedroeg 350-400 gulden per jaar. De laatste jaren van zijn leven woonde hij met zijn vrouw in Lochem, waar hij in 1931 op 76-jarige leeftijd overleed.